Auto Theorie – Weggebruikers

Weggebruikers

Een weggebruiker is iedereen die deelneemt aan het verkeer. Ze worden verdeeld in voetgangers en bestuurders.

Voetgangers

Voetgangers zijn mensen die te voet deelnemen aan het verkeer. Voorbeelden:

  • Iemand die een fiets of motor aan de hand meevoert.
  • Iemand op een step of skates.

👉 Uitzondering: iemand die te voet een paard leidt, geldt als bestuurder.

👉 Ook iemand in een gehandicaptenvoertuig dat op het voetpad of trottoir rijdt, valt onder de regels voor voetgangers.

Bestuurders

Iedereen die geen voetganger is, wordt als bestuurder gezien. Bestuurders zijn verdeeld in categorieën, elk met eigen regels:

  • Niet-motorvoertuigen: fietsers, bromfietsers en trams.
  • Motorvoertuigen: auto’s, motoren enzovoort.
  • Voorrangsvoertuigen: politie, ambulance en brandweer.
  • Begeleiders van dieren: bestuurders van rij-, trek- of vee-dieren.

Motorvoertuigen

Alle voertuigen met een motor horen bij de groep motorvoertuigen, behalve:

  • Bromfietsen en snorfietsen.
  • Fietsen met trapondersteuning (e-bikes).
  • Gehandicaptenvoertuigen.
  • Voertuigen die langs rails rijden, zoals trams en treinen.

👉 Deze uitzonderingen heten niet-motorvoertuigen.

Voorbeelden van motorvoertuigen:

  • Auto’s, ook elektrische auto’s.
  • Landbouwvoertuigen.
  • Motorfietsen.
  • Vrachtwagens.
  • Bussen.

Motorvoertuigen mogen niet rijden op een trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of ruiterpad.

Niet-motorvoertuigen

Volgens het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) bestaan er voertuigen die wél een motor hebben, maar niet tot de categorie motorvoertuigen horen. Ze volgen daarom andere verkeersregels.

Voorbeelden van niet-motorvoertuigen:

  • Fietsen.
  • Trams.
  • Treinen.
  • Bromfietsen.
  • Snorfietsen.
  • Brommobielen.

Motorrijtuigen

Een motorrijtuig is niet hetzelfde als een motorvoertuig.

Volgens de Wegenverkeerswet zijn motorrijtuigen alle voertuigen die niet over rails rijden en die worden aangedreven door een motor, mechanisch of elektrisch.

👉 Uitzondering: fietsen met trapondersteuning (e-bikes).

Voorbeelden van motorrijtuigen:

  • Auto’s.
  • Motorfietsen.
  • Autobussen.
  • Vrachtwagens.
  • Bromfietsen.
  • Brommobielen.
  • Snorfietsen.

Belangrijke verschillen:

  • Een snorfiets is géén motorvoertuig, maar wel een motorrijtuig.
  • Een auto is zowel een motorvoertuig als een motorrijtuig.
  • Een tram is geen motorvoertuig en ook geen motorrijtuig.

👉 Regel: een motorrijtuig moet altijd verzekerd zijn om de weg op te mogen.

Voorrangsvoertuigen

Een voorrangsvoertuig heeft alleen voorrang als het zowel zwaailicht als sirene gebruikt.

Ook voertuigen die uiterlijk duidelijk herkenbaar zijn als hulpdienst vallen hieronder.

Voorbeelden van voorrangsvoertuigen:

  • Politieauto’s.
  • Ambulances.
  • Brandweerauto’s.

👉 Een dierenambulance is géén voorrangsvoertuig.

Kwetsbare weggebruikers

In het verkeer moet je extra rekening houden met kwetsbare weggebruikers. Ongeveer 75% van alle verkeersslachtoffers valt in deze groep.

Een kwetsbare weggebruiker is iemand die:

  • Een grotere kans heeft slachtoffer te worden van een ongeval.
  • Zelf nauwelijks gevaar vormt voor anderen.
  • Weinig bescherming heeft in het verkeer.

Voorbeelden van kwetsbare weggebruikers:

  • Voetgangers.
  • Kinderen en jongeren.
  • Fietsers.
  • Ouderen.
  • Gehandicapten.
  • Bestuurders van bromfietsen, snorfietsen en brommobielen.
  • Motorrijders.
  • Ruiters en begeleiders van rij-, trek- en vee-dieren.

Bromfiets of brommer

Een bromfiets wordt ook wel brommer of scooter genoemd.

  • De bromfietser moet rijden op het fiets/bromfietspad.
  • Op een fietspad mag hij niet komen.
  • Als er geen fiets/bromfietspad is, mag hij op de rijbaan rijden.

Regels voor een bromfiets:

  • Helm is verplicht.
  • Bestuurder moet een bromfietsrijbewijs (AM) hebben.
  • Bromfiets heeft een geel kenteken.

Maximumsnelheden:

  • 45 km/u op de rijbaan.
  • 40 km/u op een fiets/bromfietspad buiten de bebouwde kom.
  • 30 km/u op een fiets/bromfietspad binnen de bebouwde kom.

Snorfiets

Een snorfiets is de lichte variant van een bromfiets.

  • Een snorfiets mag rijden op het fietspad, het fiets/bromfietspad of op de rijbaan als er geen fietspad of bromfietspad is.
  • Maximumsnelheid: 25 km/u.
  • Sinds 1 januari 2023 is een helm verplicht, ook voor passagiers.
  • Bestuurder moet een bromfietsrijbewijs (AM) hebben.
  • Een snorfiets heeft een blauw kenteken.

Motorfiets of motor

Voor een motorfiets gelden dezelfde maximumsnelheden als voor een personenauto.

  • Helm verplicht.
  • Motor heeft een geel kenteken.
  • Bestuurder moet een motorrijbewijs A hebben.

Brommobiel

Een brommobiel is een bromfiets op meer dan twee wielen met een carrosserie. Het lijkt op een kleine auto, maar is géén gehandicaptenvoertuig.

Regels voor een brommobiel:

  • Maximumsnelheid: 45 km/u.
  • Moet op de rijbaan rijden.
  • Moet de verkeersregels voor personenauto’s volgen.
  • Bestuurder moet een bromfietsrijbewijs (AM) hebben.
  • Heeft een geel bromfietskenteken.

Gehandicaptenvoertuig of scootmobiel

Voor een gehandicaptenvoertuig en scootmobiel gelden dezelfde regels. Het is géén bromfiets.

Regels:

  • Mag overal rijden behalve op de autosnelweg en autoweg.
  • Volgt de regels van een voetganger op het voetpad.
  • Volgt de regels van een bestuurder op het fietspad, fiets/bromfietspad of de rijbaan.

Maximumsnelheden:

  • 6 km/u op het voetpad of trottoir.
  • 30 km/u op fiets/bromfietspad binnen de bebouwde kom.
  • 40 km/u op fiets/bromfietspad buiten de bebouwde kom.
  • 45 km/u op de rijbaan.